
Recente berichten
- Ondernemers en huwelijkse voorwaarden
- Kun je onder gemeenschap van goederen uit?
- Doorkruising van uitsluitingsclausule door wijziging huwelijkse ...
- Afschaffing flitsscheiding per 1 maart 2009
Recente reacties
Ondernemers en huwelijkse voorwaarden
Als men trouwt zonder huwelijkse voorwaarden te hebben gemaakt, ontstaat er automatisch een gemeenschap van goederen.
Alle bezittingen en schulden die ieder van de echtgenoten vóór het huwelijk had, worden in beginsel gemeenschappelijk, evenals alle bezittingen die ieder van de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgt en alle schulden die ieder van de echtgenoten tijdens het huwelijk aangaat. Als één van de echtgenoten failliet gaat, sleept hij de ander mee in de financiële ellende.
De meeste ondernemers die getrouwd zijn hebben huwelijkse voorwaarden gemaakt. Bij faillissement van de ondernemer blijft dan het vermogen van de echtgenoot buiten schot. Meestal worden deze huwelijkse voorwaarden al vóór de huwelijkssluiting gemaakt. Het is echter ook tijdens het huwelijk nog mogelijk huwelijkse voorwaarden te maken of deze te wijzigen, al is dat wel veel duurder dan wanneer ze vóór het huwelijk worden gemaakt.
Vaak heeft men het idee dat het voldoende is dat men huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt en dat men er daarna niet meer naar hoeft te kijken en geen rekening meer mee hoeft te houden. Maar ondertussen doet men allerlei dingen die de werking van de huwelijkse voorwaarden frustreren en ondermijnt men dus zelf die “beveiliging”.
Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat wanneer de ondernemer (ten behoeve van de onderneming) een krediet aangaat bij een bank, de andere echtgenoot (niet-ondernemer) daarvoor moet meetekenen. Deze laatste wordt zo mede-aansprakelijk voor de kredietschuld. Als het vervolgens misgaat met de zaak, kan de bank zich ook verhalen op het vermogen van de niet-ondernemende echtgenoot. De huwelijkse voorwaarden kunnen dit dan niet voorkomen. Dit geldt ook wanneer echtgenoten samen een vennootschap onder firma aangaan, aangezien zij als vennoten ieder aansprakelijk zijn voor het geheel van de bedrijfsschulden.
In veel huwelijkse voorwaarden is een “periodiek verrekenbeding” opgenomen. Dit houdt in dat de echtgenoten jaarlijks dát deel van de inkomsten dat zij niet hebben gebruikt voor betaling van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, fifty-fifty verrekenen. Als de onderneming een goed jaar heeft en veel winst maakt en de ondernemende echtgenoot meer inkomen heeft dan de niet-ondernemende echtgenoot, kan de ondernemer op basis van het verrekenbeding een bedrag “overhevelen” naar de niet-ondernemende echtgenoot en op die manier buiten bereik van eventuele schuldeisers van de onderneming brengen.
Helaas wordt vaak vergeten aan dit verrekenbeding uitvoering te geven.
Zoals u ziet, is het van belang de afspraken in huwelijkse voorwaarden na te leven. Hebt u hierover vragen, dan kunt u uiteraard steeds bij Anotaris terecht. Deze kan ook voor u nagaan of uw huwelijkse voorwaarden nog up-to-date zijn of wellicht beter gewijzigd kunnen worden.
Bron: www.werygoedegebuure.nl
Kun je onder gemeenschap van goederen uit?
Ondernemers kunnen het best niet in gemeenschap van goederen trouwen. Maar wat als je pas na jaren besluit eigen baas te worden?
Ik ben nu getrouwd in gemeenschap van goederen. Ik wil binnenkort een eigen zaak beginnen en nu ben ik bang dat ik in het geval van een scheiding het risico loop dat ik mijn zaak niet voort kan zetten omdat mijn echtgenoot de helft kan opeisen. Nu heb ik een goed huwelijk, maar je weet maar nooit. Moet ik nu scheiden en vervolgens opnieuw trouwen met huwelijkse voorwaarden, of kan ik de voorwaarden van het huwelijk veranderen?
Als je bent getrouwd in gemeenschap van goederen betekent dat dat de vermogens van beide echtgenoten na het geven van het ja-woord versmelten tot één vermogen. De echtgenoten zijn dan samen eigenaar van dat totale vermogen.
Aan het einde van het huwelijk hebben beiden in beginsel recht op de helft. Dat betekent dat bij echtscheiding in dit geval ook de (waarde van de) onderneming gedeeld moet worden. De continuïteit van een bedrijf kan daardoor in gevaar komen bij een echtscheiding. Het is dus verstandig om huwelijkse voorwaarden te maken die de gevolgen van een echtscheiding voor de echtgenoten én voor het bedrijf regelen.
Rechtbank
Het is gebruikelijk om voor het aangaan van het huwelijk huwelijkse voorwaarden te maken. Tijdens het huwelijk kunnen echter ook huwelijkse voorwaarden gemaakt worden. Je hebt hiervoor (in tegenstelling tot het sluiten vóór het huwelijk) toestemming nodig van de rechtbank.
Een advocaat kan voor jullie een dergelijk verzoek opstellen en indienen bij de rechtbank. Het verzoek moet aan een aantal voorwaarden voldoen die de rechtbank toetst. Ten eerste moet een notaris de nieuwe voorwaarden in een (ontwerp-)akte hebben vastgelegd. Verder mogen de nieuwe voorwaarden niet het belang van een schuldeiser schaden, noch mogen ze in strijd zijn met andere wettelijke regels of algemene, gebruikelijke gewoontes. In principe kunnen de notaris en de advocaat je hierover goed adviseren. Zodra de rechtbank de akte heeft goedgekeurd, moet deze akte binnen drie maanden bij de notaris getekend worden.
Start bedrijf
Het is verstandig de huwelijkse voorwaarden op te laten stellen en goed te laten keuren door de rechtbank vóórdat je een eigen bedrijf start. De voorwaarden treden namelijk pas in werking op de dag nadat de goedgekeurde akte is verleden bij de notaris. Voor die dag ontstane schulden en/of baten uit de onderneming vallen daarom gewoon nog in de gemeenschap van goederen en zullen bij een eventuele echtscheiding verdeeld moeten worden.
Meer informatie? Klik dan hier.
Bron: www.z24.nl
Doorkruising van uitsluitingsclausule door wijziging huwelijkse voorwaarden?
M en V zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Volgens deze huwelijkse voorwaarden bestaat er tussen M en V een algehele gemeenschap van goederen met uitzondering van:
a) de echtelijke woning en de daarop rustende hypothecaire schuld;
b) de goederen en schulden die zijn vermeld op de staat van aanbrengsten, en
c) de goederen die een echtgenoot tijdens het huwelijk middels erfrecht of schenking verkrijgt.
M en V hebben bij de Rechtbank een verzoek ingediend tot goedkeuring voor het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden waarbij de uitzonderingen a) en c) worden geschrapt. Ten aanzien van dit verzoek heeft de Rechtbank onder meer het volgende overwogen. Voor zover M en V met de wijziging van de huwelijkse voorwaarden willen bewerkstelligen dat de goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen, alsnog in de huwelijksgemeenschap vallen, schieten de huwelijkse voorwaarden hun doel voorbij. De Rechtbank overweegt hiertoe dat het de erflater of de schenker is die bepaalt of, en zo ja in hoeverre, een goed in de huwelijksgemeenschap valt door daaraan al dan niet de uitsluitingclausule als bedoeld in artikel 1:94 lid 1 BW te verbinden. Op gelijke wijze kan de erflater of de schenker bepalen dat een goed buiten de verrekening blijft, ook al zou verrekening ervan op grond van de huwelijkse voorwaarden behoren plaats te vinden: artikel 1:134 BW. Aldus opgevat brengt een uitsluitingsclausule de wil van de erflater of de schenker tot uitdrukking om de goederen waaraan de clausule is verbonden, of de waarde van de goederen waaraan de clausule is verbonden, aan een van de echtgenoten met uitsluiting van de andere echtgenoot ten goede te laten komen. Die strekking brengt mee dat het verzoekers niet vrij staat artikel 1:94 lid 1 BW, wat een dwingendrechtelijke bepaling is, contractueel te omzeilen door in hun onderlinge verhouding bij huwelijkse voorwaarden overeen te komen dat het verkregene tegen de uitdrukkelijke wil van de erflater of de schenker in, toch – in goederenrechtelijke zin – onderdeel van de huwelijksgemeenschap zal gaan uitmaken (HR 21 november 1980, NJ 1981/193). Derhalve moet worden aangenomen dat de voorgestelde wijziging van de huwelijkse voorwaarden strijd oplevert met de wet. Dat betekent ook dat aan de huwelijkse voorwaarden in zoverre goedkeuring dient te worden onthouden. De vraag of de beoogde wijziging van de huwelijkse voorwaarden voor het overige de toets der kritiek kan doorstaan, kan op grond van de aanwezige stukken niet worden beantwoord. Verzoekers stellen weliswaar dat niet behoeft te worden gevreesd voor benadeling van schuldeisers maar zij laten na die stelling nader toe te lichten en te onderbouwen. Van de notaris had mogen worden verwacht dat hij overeenkomstig het model verzoekschrift maken of wijzigen huwelijkse voorwaarden staande huwelijk van de KNB, waarnaar ook in het procesreglement wordt verwezen, ten minste een met deugdelijke bescheiden onderbouwde verklaring zou hebben overgelegd waaruit blijkt dat M en V een positief vermogen hebben. Rb. Maastricht 4 mei 2010, nr 150322 / FA RK 10-605 (LJN BM5244)
Meer informatie over huwelijkse voorwaarden? Klik hier.
Afschaffing flitsscheiding per 1 maart 2009
Sinds 1 maart aanstaande is het niet meer mogelijk een huwelijk te ontbinden door middel van een zogenaamde flitsscheiding.
Een flitsscheiding is de populaire naam voor de mogelijkheid een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap bij de burgerlijke stand en vervolgens dit geregistreerde partnerschap te ontbinden door middel van een daartoe strekkende overeenkomst die naast de partners ook wordt ondertekend door een notaris of advocaat.
Vanaf 1 maart is de wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige echtscheiding in werking getreden (KB 6 februari 2009, Stb 2009,56).
Consequenties
De belangrijkste consequenties van deze wet is, dat de omzetting van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap niet meer mogelijk is en daarmee is de weg naar een zogenaamde flitsscheiding afgesneden.
Daarnaast krijgt door de invoering van bovenbedoelde wet ook het zogenaamde ouderschapsplan een wettelijke basis. Dit heeft tot gevolg, dat:
- ouders met minderjarige kinderen die hun relatie willen beëindigen een ouderschapsplan moeten opstellen. Een ouderschapsplan is kort gezegd een plan waarin de ouders de afspraken maken over de uitoefening van het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen na hun (echt)scheiding. Ondermeer doch niet beperkt tot de vaststelling van de gewone verblijfplaats van de minderjarige kinderen, een omgangsregeling en de verdeling van de kosten van de verzorging en opvoeding;
- ouders met kinderen die willen scheiden moeten een ouderschapsplan opstellen alvorens een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding kan worden ingediend. Is een dergelijk plan niet opgesteld dan kan het verzoek tot echtscheiding door de rechter niet ontvankelijk verklaard. De rechter zal de ouders dan naar mediator verwijzen voor het opstellen van een dergelijk ouderschapsplan. Indien een eenzijdig verzoek tot echtscheiding wordt gedaan;
- ouders die een geregistreerd partnerschap hebben en minderjarige kinderen en hun geregistreerd partnerschap willen ontbinden, kunnen hun geregistreerd partnerschap niet meer buiten de rechter om ontbinden. Voor hen geldt dezelfde procedure als gehuwden;
- samenwoners met minderjarige kinderen, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen en die hun relatie willen beëindigen, moeten ook een ouderschapsplan opstellen.
De wettelijke regeling die het mogelijk maakt zonder tussenkomt van de rechter een huwelijk te ontbinden (wanneer er geen minderjarige kinderen bij de scheiding zijn betrokken) ligt nog ter behandeling bij de Tweede Kamer.
ook handelend onder de naam ANOTARIS in licentie.
Kvk.nr: 272 644 85. Statutaire zetel te Zeist,
feitelijk adres: Schoudermantel 37, 3981 AE Bunnik.
